Inkomensgrens

Per 2020 zijn de ‘inkomensgrenzen’ voor huurtoeslag geen harde grenzen meer. Vroeger verviel je recht op huurtoeslag als je inkomen nét boven de grens raakte. Dat is nu niet meer zo. Als je inkomen een beetje hoger is (of wordt)  kun je toch nog huurtoeslag krijgen.

Huurtoeslag voor lage inkomens

Met een ‘laag inkomen’ heb je recht op huurtoeslag, tenzij je een heel lage huur hebt. Dat was vroeger al zo en dat geldt nog steeds. Wat de overheid als ‘laag inkomen’ ziet schuift ieder jaar een beetje op. In 2021 ziet de overheid het volgende als laag inkomen:

Alleenwonend, nog geen AOW  – minder dan € 23.725
Niet alleenwonend, nog geen AOW  –  minder dan € 32.200
Alleenwonend, AOW –  minder dan € 23.650
Niet alleenwonend, AOW –  minder dan € 32.075

Dit zijn de grenzen voor het ‘passend toewijzen’ van sociale woningen die door woningcorporaties worden verhuurd. Als je inkomen lager is kom je met voorrang in aanmerking voor de goedkopere woningen van woningcorporaties. Maar om huurtoeslag te kunnen krijgen mag je inkomen ook iets hoger zijn. Bovendien hoef je daar geen corporatiewoning voor te huren. Het mag ook een woning van een particuliere verhuurder of belegger zijn.

Toeslag voor iets hogere inkomens

Sinds 2020 kun je ook huurtoeslag krijgen als je inkomen hoger is dan de grenzen voor passend toewijzen. Je krijgt dan niet zo veel als huurders met een lager inkomen, maar het kan nog steeds om een fors bedrag gaan. Als je inkomen stijgt wordt de toeslag geleidelijk minder. Bij welk inkomen je helemaal geen huurtoeslag meer krijgt hangt af van je huurprijs en het aantal personen in je huishouden. Verder maakt het uit of je de AOW-leeftijd al bereikt hebt of juist niet. In de praktijk is er met een inkomen tot grofweg €31.000 (alleenstaanden) en €41.000 (gezinnen) soms huurtoeslag mogelijk. Belangrijk: je moet zelf uitvinden of je recht hebt op toeslag en je moet de toeslag zelf aanvragen.

Proefberekening

Dé manier om uit te vinden of je recht hebt op toeslag is de rekenhulp op de website van de Belastingdienst(externe link). Als blijkt dat je geschatte inkomen recht geeft op toeslag, kun je inloggen met je DigiD en toeslag aanvragen. Vind je het lastig om je inkomen te schatten en wil je niet de kans lopen om toeslag te krijgen die je later weer moet terugbetalen? Dan kun je wachten tot je zeker bent van je inkomen in 2021. Aanvragen van huurtoeslag over 2021 kan tot 1 september 2022. Of je kunt je inkomen hoger inschatten dan je in werkelijkheid verwacht. Je krijgt dan minder toeslag, maar later -zodra je definitieve inkomen bekend is- alsnog een nabetaling.

Woonbond: Normen en grenzen huurtoeslag

Huurtoeslaggrenzen

De huurtoeslag is een ingewikkelde regeling, met vele normen en grenzen.  Welke normen en grenzen zijn van invloed op het recht op huurtoeslag?

Liberalisatiegrens

Op het moment dat het huurcontract wordt afgesloten moet de (kale) huurprijs onder de liberalisatiegrens liggen die voor dat kalenderjaar is vastgesteld. Is de woning  duurder? Dan is er geen huurtoeslag mogelijk. De liberalisatiegrens is even hoog als de huurtoeslaggrens.

Inkomensgrens

Tot en met 2019 kwamen alleen huurders met een laag inkomen en beperkt spaargeld in aanmerking voor huurtoeslag. Sinds 2020 kunnen ook huurders met een iets hoger inkomen toeslag krijgen. Als het inkomen stijgt wordt de huurtoeslag geleidelijk minder. Welk jaarinkomen een huishouden maximaal mag hebben om nog toeslag te kunnen krijgen is sinds 2020 geen harde grens meer in euro’s, maar hangt af van de huurprijs, het aantal bewoners en van het al dan niet bereikt hebben van de AOW-leeftijd.  Meer over inkomensgrens.

Vermogensgrens

Het maximum dat een huishouden aan spaargeld (en ander vermogen) mag hebben is nog wél een ‘harde grens’. Als je op 1 januari te veel vermogen hebt vervalt dat hele jaar je recht op huurtoeslag. Zelfs een paar euro te veel vermogen kan er al voor zorgen dat je het hele jaar geen huurtoeslag krijgt. Als je vermogen vlakbij de vermogensgrens ligt is het dus belangrijk om goed te letten op de peildatum van 1 januari. Een paar dagen later mag je meer vermogen hebben, maar op 1 januari per se niet.

Basishuur

Voor elk huishouden dat in aanmerking komt voor huurtoeslag wordt eerst de zogenaamde ‘basishuur’ vastgesteld. Dat deel van de huur moet het huishouden zelf betalen, er is geen toeslag over mogelijk.  De hoogte van de basishuur is afhankelijk van het inkomen. Hoe lager het inkomen, hoe lager het bedrag dat het huishouden zelf moet betalen.  De overheid heeft minimumbedragen vastgesteld die ieder huishouden (ook huishoudens met zeer lage inkomens) hoe dan ook zelf moeten betalen.  De minimumbedragen voor de basishuur worden elk jaar op 1 januari aangepast. Voor huishoudens die de AOW-leeftijd al bereikt hebben ligt het minimumbedrag marginaal lager dan voor jongeren. Meer over basishuur.

Kwaliteitskortingsgrens

Het bedrag tussen de basishuur en de kwaliteitskortingsgrens wordt 100% vergoed door huurtoeslag.  De kwaliteitskortingsgrens is een harde grens in euro´s, die op 1 januari van ieder kalenderjaar wordt aangepast. Voor huurders met een iets hoger inkomen geldt dat hun ‘basishuur’ hoger is dan de kwaliteitskortingsgrens. Die huurders krijgen dus géén toeslag over het deel van de huur tot de kwaliteitskortingsgrens. Voor jongeren tot 23 bepaalt de kwaliteitskortingsgrens of er recht op huurtoeslag bestaat of juist niet. Een jongere die sociaal gaat huren voor een hogere huurprijs heeft géén recht op toeslag. Een 23-plusser wel. Meer over kwaliteitskortingsgrens.

Aftoppingsgrens

65% van de huurprijs tussen de kwaliteitskortingsgrens en de aftoppingsgrens wordt door de huurtoeslag vergoed. Er zijn 2 aftoppingsgrenzen, die ieder jaar op 1 januari worden aangepast. Is de huurprijs hoger dan de aftoppingsgrens? Dan heeft dat invloed op de huurtoeslag. Veel meerpersoonshuishoudens moeten het gedeelte van de huur dat boven de voor hen geldende aftoppingsgrens ligt volledig zelf betalen. Alleen meerpersoonshuishoudens waarin sprake is van AOW of een woning die is aangepast op een handicap krijgen nog een deel vergoed. Meer over aftoppingsgrens.

Huurtoeslaggrens

Over het bedrag tussen de aftoppingsgrens en de huurtoeslaggrens is maximaal 40% huurtoeslag mogelijk. Veel meerpersoonshuishoudens moeten het bedrag tussen de voor hen geldende aftoppingsgrens en de huurtoeslaggrens volledig zelf betalen. De volgende huishoudens krijgen wél 40% vergoed:

  • 1-persoonshuishoudens
  • meerpersoonshuishouden waarvan minstens 1 bewoner ouder is dan de AOW-gerechtigde leeftijd
  • meerpersoonshuishoudens die vanwege een handicap in een aangepaste woning wonen

Is de huurprijs door een huurverhoging boven de toeslaggrens geraakt? Huishoudens die al recht hadden op huurtoeslag behouden hun toeslag. Wel geldt dat zij het gedeelte van de huur dat boven de huurtoeslaggrens ligt volledig zelf moeten betalen. De huurtoeslaggrens is even hoog als de liberalisatiegrens.  Meer over huurtoeslaggrens.

Terug naar boven